Opleggers: geschiedenis en wettelijke bepalingen

Wanneer de paarden hun karren niet meer getrokken krijgen omdat de ladingen te groot en te zwaar zijn geworden, nemen trekkers en opleggers het goederentransport over de weg van hen over. De eerste opleggers lijken dan ook sterk op de open karren van destijds. Maar na verloop van tijd doen allerlei varianten hun intrede. Om de goederen droog te houden, worden opleggers eerst van een huif voorzien. Later worden grondstoffen in Containers geladen. En voor producten die koel bewaard moeten blijven, worden geïsoleerde opleggers ontwikkeld. In 1958 werden uitschuifbare aanhangwagens uitgevonden om nog meer in één keer te kunnen vervoeren. Al die modellen en afmetingen schreeuwen na een tijd om een specifieke regelgeving die de veiligheid tijdens het transport moet garanderen. De maximale wettelijke afmetingen voor opleggers worden vastgelegd op een lengte van 12 m, een hoogte 4m en een breedte 2,55 m. Voor koel- en diepvriestrailers geldt een maximale breedte van 2,60 m, omdat alle wanden minimaal 45 mm dik moeten zijn.

Beschikbare soorten opleggers

Verschillende opleggers kunnen voor transport achter de trekker worden gehangen. Huiftrailers zijn opleggers met een vaste zeilhuif. Tautliners hebben aan weerszijden een schuifzeil en een schuifdak om ook langs de boven- en zijkant te kunnen laden en lossen. Plywood opleggers hebben houten zijwanden en een vast dak. Coil trailers hebben een goot in het midden van de vloer. Megatrailers zijn binnenin 3 m hoog om grote stukken te kunnen vervoeren. Koeltrailers zijn rondom geïsoleerd. Kipopleggers zijn bedoeld om losgestorte producten al kippend te lossen. En de dubbeldek aanhangwagens, die vooral gebruikt worden om grootwarenhuizen te bevoorraden, hebben een laadruimte op twee etages.

Specifieke kenmerken van geïsoleerde opleggers

Sommige producten, zoals ijs, groenten, bloemen en sommige vloeistoffen, moeten op een bepaalde temperatuur worden vervoerd. Daarom worden ze op geïsoleerde opleggers geladen, waarvan de wanden en het dak gevuld zijn met polyurethaan schuim. Vooraan op de opleggers staan koelmotoren die voortdurend lucht in de laadruimte blazen. De temperatuur van de lucht kan variëren van -30 tot 30° C. Voor producten die onder het vriespunt bewaard moeten blijven, mogen geen trailers met huif of schuifzeilen worden ingezet.
Naar boven