Tweedehands Renault : info
Een Renault occasie nodig? U vindt onderaan deze pagina honderden tweedehands Renault autozoekertjes in België terug. U kan eveneens 1 advertentie voor uw tweedehands Renault gratis plaatsen (enkel voor particulieren) met 15 foto's gedurende 1 maand.
Tijdens de kerst van 1889 introduceerde Louis Renault, samen met zijn broers Marcel en Fernand zijn eerste zelf ontwikkelde automobiel aan verbaasde voorbijgangers en ontving nog diezelfde avond 12 bestellingen voor het "Voiturette" gedoopte vehikel. Vlak na deze positieve respons richtten Louis en Marcel Renault de firma "Renault Frères" (Gebroeders Renault) op en begonnen in de tuinschuur op het landgoed van de familie met de productie van automobielen.
Twee jaar na de oprichting van de firma had Renault, vanwege het gestaag groeiende succes, al 100 medewerkers in dienst. Opnieuw 2 jaar later bracht Louis Renault zijn eerste, zelf ontwikkelde motor met 24 pk op de markt. De bestelling van meer dan 1500 taxi’s voor de Parijse taxivakbond in 1906 gaf het startschot voor de serieproductie bij Renault: de stap van familiebedrijf naar industrieconcern was gezet.
Louis Renault, die de onderneming leidde en gelijktijdig als technicus werkzaam was, bracht in de loop der jaren met talrijke patenten, bijvoorbeeld voor de cardanas, de inschroefbare bougies of de turbocompressor (turbulator) een revolutie teweeg in de automobielwereld. Zijn creativiteit uitte zich vooral in de veelzijdige research. Renault ontwikkelde en vervaardigde in het eerste deel van de jaren ’20 naast auto’s o.a. ook bootmotoren, vliegtuigen, vrachtwagens en zelfs het prototype van een locomotief.
Al in het begin van de jaren ‘20 bewees Renault een vooruitziende blik en dacht hij samen met de Amerikaanse automobielfabrikant Henry Ford na over het idee om voertuigen voor de grote massa te vervaardigen. Om dit idee om te zetten en de productiviteit te verhogen, reorganiseerde Renault het werk en verdeelde hij de productie in volgens steeds terugkerende, afzonderlijke stappen - de modernste productietechniek van zijn tijd.
Vanwege de Wereldoorlog werd ook bij Renault de productie gemilitariseerd en werden hoofdzakelijk militair materieel, motoren voor pantservoertuigen en vliegtuigen, maar ook munitie vervaardigd. Ook de door Renault geproduceerde taxi’s werden in beslag genomen om soldaten naar het front te vervoeren. Later gingen deze als "Marne Taxis" de geschiedenis in.
Na de Wereldoorlog kreeg Renault ook voet aan de grond in de productie van bootmotoren en introduceerde in het begin van de jaren ‘30 de eerste dieselvrachtwagen. In de Tweede Wereldoorlog werd met de fabricage van vrachtwagens voor het Duitse leger te begonnen. De opdracht draaide uit in een ramp. Op grond van deze collaboratie werd de productiefabriek van Renault in maart 1942 tot aanvalsdoel van de geallieerden en Louis Renault, die werd beschuldigd van samenwerking met de nationaalsocialisten, werd gearresteerd en stierf in een gevangenis in Parijs. Het concern ging in 1945 over in staatsbezit en beperkte zich na de Tweede Wereldoorlog tot de productie van de Renault 4CV, het "plakje cake", waarvan tot 1961 in totaal 1,5 miljoen stuks werden verkocht.
In de jaren ‘60 ontstonden vervolgens modellen als de Renault R4, die tot vandaag tot de meest gebouwde auto ter wereld telt en de Renault R16, die evenzo cultstatus kreeg. Renault opende in deze periode een verdere fabriek en werd meer export-gericht. Renault groeide in de daaropvolgende tijd steeds verder en probeerde met andere firma’s samen te werken, bijvoorbeeld door firma-aankopen verder uit te breiden.
De in het begin van de jaren ‘80 dalende verkoopcijfers stortten Renault in 1985 in een crisis die men met de ontwikkeling van nieuwe modellen probeerde tegen te gaan. Met de introductie van de Renault R25 en de Renault Espace, die als voorloper geldt van de Minivan, en de productie van de Renault R19 slaagde de firma erin, snel weer uit de rode cijfers te raken.
Renault werd in het jaar 1996, onder de leiding van Louis Schweitzer, opnieuw geprivatiseerd, hetgeen leidde tot het strategische verbond met Nissan en de overname van Dacia en Samsung. Nu behoort de Franse automobielfabrikant tot de "Global Players" in de automobielbranche en bekleedt met een marktaandeel van 5,2% bij vrachtwagens en lichte bestelwagens ook in meerdere Europese landen de positie van het sterkste buitenlandse automerk.